Lees verder

Uitgangspunt bij OC is dat alle zintuigen en communicatievormen elkaar in principe kunnen vervangen. Bij de keuze voor de best passende communicatie-ondersteuning ligt de focus op het achterhalen van de sterkst ontwikkelde of (nog) resterende vaardigheid. Hiervoor is het nodig een kluwen van elkaar beïnvloedende stoornissen, beperkingen, persoonlijke factoren en omgevingsinvloeden zorgvuldig te ontrafelen. De logopedist speelt hierbij een centrale rol.

Gebruikers

In Nederland hebben naar schatting 600.000 mensen een OC-voorziening nodig. De groepen mensen die het meeste gebruikmaken van communicatiehulpmiddelen zijn:

  • Ouderen die intensieve zorg nodig hebben
  • Mensen met verstandelijke en/of zintuigelijke beperkingen
  • Mensen met een chronisch of degeneratief neurologisch ziektebeeld, zoals ALS
  • Mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH), zoals CVA of THL met afasie
  • Leerlingen in het speciaal en passend onderwijs met zeer ernstige spraak- en taalstoornissen
  • Kinderen en volwassenen met zeer ernstige meervoudige beperkingen

Ondersteunende communicatiehulpmiddelen

Bij OC kun je gebruikmaken van non-tech-, low-tech- en high-tech hulpmiddelen:

  • Bij non-tech hulpmiddelen gaat het onder meer om ondersteunende gebaren, ja/nee-vragen stellen en wijzen, en om zelfgemaakte, relatief eenvoudige hulpmiddelen, zoals een pictobord, fotoklappers of een zelf samengesteld communicatieboek.
  • Low-tech hulpmiddelen zijn eenvoudig te dragen hulpmiddelen om gesproken boodschappen op te nemen en af te laten spelen. Bijvoorbeeld een toetsenbord waarbij onder elke toets een spraakboodschap kan worden opgenomen. De toetsen zijn voorzien van plaatjes, zodat het voor de gebruiker direct duidelijk is onder welke toets welke boodschap te vinden is.
  • High-tech hulpmiddelen zijn geavanceerde spraakcomputers en tablets met een grote variëteit aan apps en bedieningsapparatuur, geschikt voor tekst- en symboolcommunicatie.
    Wat doet de logopedist?

Logopedisten kunnen kinderen en volwassenen met ernstige taal- en spraakstoornissen behandelen en begeleiden. Logopedisten kunnen een taal-, spraak- en/of communicatieonderzoek afnemen naar het verwerken, begrijpen en uiten van de gesproken of geschreven taal. Ook kunnen zij adviseren bij het kiezen van passende ondersteunende communicatiemiddelen én trainen in het gebruik ervan. Daar betrekken zij alle communicatiepartners nauw bij. Want communiceren doe je nooit in je eentje! Verder kunnen logopedisten oefeningen aanbieden om met behulp van de communicatie-ondersteunende hulpmiddelen het begrijpen, uiten, lezen en/of schrijven te verbeteren.

Meer weten over Ondersteunde Communicatie? Neem eens een kijkje op deze sites:

www.isaac-nf.nl van de Nederlands-Vlaamse vereniging voor Ondersteunde Communicatie
www.wegwijzeroc.info over zorg en dienstverlening rond Ondersteunde Communicatie
www.stichtingmilo.nl, zelfstandig behandelcentrum voor OC
Andere relevante links:

www.gebarencentrum.nl
www.afasienet.com met communicatieadviezen voor mensen met afasie
www.hersenz.nl met communicatieadviezen voor mensen met hersenletsel
www.hulpmiddelenwijzer.nl