Lees verder

Taalontwikkelingsstoornis – Logopedie

In het kort

•             De meeste kinderen maken een ‘normale’ taalontwikkeling door. Ze brabbelen en begrijpen al ruim voor hun eerste jaar woordjes en korte zinnetje.
•             Rond het eerste jaar komen de eerste woordjes. Daarna volgen al snel de eerste korte zinnetjes.

•             Als een kind naar de basisschool gaat, spreekt hij/zij meestal verstaanbaar voor zijn omgeving.

•             Als kinderen ouder worden gaan zij langere en meer ingewikkelde zinnen zeggen.

•             Kinderen leren hun verhaal te vertellen en hun mening te geven.

•             Er is ook een groep kinderen waarbij de taalontwikkeling niet zo gemakkelijk verloopt. Deze kinderen hebben een Taal-Ontwikkelings-Stoornis. Dat noemen we ook wel TOS.

•             Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat taal in de hersenen minder goed wordt verwerkt.

•             Een kind met TOS vindt het bijvoorbeeld moeilijk om taal te begrijpen of heeft moeite met praten. De taal- en spraakontwikkeling verloopt hierdoor anders dan bij leeftijdsgenoten (zie bijvoorbeeld ook https://www.kentalis.nl/tos).

•             TOS wordt niet veroorzaakt door te weinig of een slecht taalaanbod of een slecht gehoor.

TOS door de jaren heen

TOS ontstaat bij jonge kinderen, maar verdwijnt niet wanneer zij volwassen worden. Door begeleiding en behandeling leren zij nieuwe taal. Ze worden beter verstaanbaar, leren taal beter begrijpen, leren meer woorden en hun zinnen worden langer. Wanneer kinderen ouder worden, veranderen de kenmerken van hun TOS ook. Oudere kinderen hebben moeite met lange moeilijke zinnen, het gebruik van werkwoorden en het vertellen van een verhaal.

Belangrijk om te weten:

•             TOS is een onzichtbaar probleem. Aan de buitenkant kun je niet zien dat iemand TOS heeft.

•             TOS komt veel voor. 1 op de 14 kinderen heeft (kenmerken van) TOS.

•             TOS is van invloed op het leren van kinderen. Het kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het leren lezen, het begrijpend lezen of rekenen.

•             Kinderen met TOS begrijpen de ander vaak onvoldoende en kunnen hun eigen verhaal niet goed overbrengen. Daar kunnen ze boos of verdrietig van worden. Ze kunnen zich dan onzeker gaan voelen.

Hoe kun je TOS herkennen

Vaak zien we één of meer van de kenmerken hieronder bij kinderen met TOS:

•             Het spreken komt laat op gang

•             Het kind gebruikt weinig taal

•             Het kind spreekt onverstaanbaar

•             Het kind begrijpt vaak niet wat er tegen hem gezegd wordt

•             Het kind kent weinig woorden

•             Het kind uit zich in losse woorden of korte zinnen

•             Het kind maakt veel fouten in zijn zinnen: verkeerde woordvolgorde, laat woorden weg

•             Het kind kan de goede woorden niet vinden

•             Er zijn vaak misverstanden in gesprekjes

•             Het kind vindt het moeilijk om een verhaal duidelijk te vertellen

Heb je twijfels over de taalontwikkeling van je kind?

Via https://www.kindentaal.nl/snel-test kun je een sneltest doen om te bepalen of het verstandig is om de taalontwikkeling van je kind te laten onderzoeken.

Je kunt ook een afspraak maken met een logopedist. Deze kan de taalontwikkeling van je kind onderzoeken en bekijken of behandeling nodig is.

Wat kan de logopedist voor je betekenen?

Het is belangrijk om kinderen met een (vermoeden) van TOS snel te helpen en behandelen. Op jonge leeftijd kunnen zij nog veel leren. Hoe ouder kinderen worden, hoe moeilijker het is om nieuwe taal te leren.

Onderzoek

De logopedist zal beginnen met het doen van een aantal spraak- en/of taaltesten.

Ook zal de logopedist in gesprekjes met het kind de taal en communicatie bekijken.

De logopedist vormt zo een beeld van de taalonderdelen die het kind al geleerd heeft. Ook krijgt de logopedist een beeld van wat een kind moeilijk vindt en waar het hulp bij nodig heeft.

Therapieplan

Op grond van de (hulp)vraag van ouders, school en kind zelf, schrijft de logopedist een therapieplan. Daarin beschrijft de logopedist de doelen waaraan hij/zij gaat werken.

Het therapieplan wordt ook gebruikt bij het beoordelen van de resultaten die behaald zijn.

Behandeling

Jonge kind

Bij jonge kinderen bestaat de behandeling vaak uit een combinatie van indirecte behandeling (begeleiding van ouders/ omgeving) en directe behandeling (werken met het kind).

De indirecte behandeling gaat om de begeleiding van de ouders. Wanneer een kind TOS heeft, is communicatie (spreken) niet altijd makkelijk. Het kind begrijpt zijn ouders vaak onvoldoende. Het kind kan zichzelf ook niet goed duidelijk maken. Daardoor begrijpt men elkaar verkeerd.

De logopedist kan ouders helpen in de communicatie met hun kind. De logopedist leert ouders kleine signalen (tekens) van hun kind op te vangen. En leert hen te reageren op hun kind op een manier die helpt bij het leren van nieuwe taal.

De directe behandeling gaat over de onderdelen van de taal die het betreffende kind lastig vindt.

Enkele voorbeelden:

  • Bij kinderen die moeilijk verstaanbaar zijn biedt de logopedist therapie aan die de spraak verbetert. Er zijn verschillende problemen in de verstaanbaarheid. Het type probleem bepaalt welke behandeling het beste zal werken.
  • Kinderen met een kleine woordenschat, gaan nieuwe woorden leren. Hierbij kiest de logopedist voor woorden die het kind vaak nodig heeft. Het liefst sluit de logopedist aan bij thema’s of woorden die in het peuteraanbod of op school ook aan bod komen.
  • Kinderen met problemen in het taalbegrip, krijgen oefeningen om het taalbegrip te verbeteren.
  • Kinderen met problemen in het vormen van zinnen, kunnen verschillende spelletjes en oefeningen doen. Het doel daarbij is om de zinnen langer en ingewikkelder te maken.
  • Sommige kinderen hebben moeite met bijvoorbeeld meervouden (boom-bomen) of het veranderen van werkwoorden (lopen- loopt – liep). Dit kunnen we al spelend samen oefenen.
  • Kinderen die moeite hebben met het vertellen van een gebeurtenis of verhaal, gaan dit oefenen. Zij leren om hun verhaal met een vaste opbouw te vertellen.

Oudere kind

Bij oudere kinderen (bovenbouw/ voortgezet onderwijs) richt de logopedische behandeling zich meer en meer op het leren omgaan met TOS. Hoe ouder kinderen worden, hoe moeilijker het voor hen is om sommige taalonderdelen te leren. Ze kunnen bijvoorbeeld wel manieren leren om informatie beter te onthouden.

Of om hun boodschap over te brengen als ze niet op een bepaald woord kunnen komen.

Voor oudere kinderen is het belangrijk dat zij ook weten dat zij TOS hebben en wat dat voor hen betekent. Wat kunnen zij heel goed, wat vinden zij lastig? En wat hebben ze van de ander nodig om goed te kunnen communiceren (praten/schrijven).

Wat kun je zelf doen?

Als ouder is het belangrijk om je kind zoveel mogelijk te helpen bij de taalontwikkeling. Dit doe je door je kind een taalbad te geven:

  • Benoem gebruikelijke handelingen: “eerst gaan we de borden op tafel zetten. Even kijken: twee grote borden… en twee kleine borden. We willen ook iets drinken. Dus moeten we ook bekers pakken.”

Benoem wat je ziet, denkt, voelt, wat er gebeurt. Vertel!

  • Lees vaak en veel voor
  • Zing samen liedjes en versjes
  • Kijk samen korte (leerzame) filmpjes, bijv. van Schooltv
  • Laat stiltes vallen en wacht: geef het kind te ruimte om met taal te komen
  • Reageer op (non-verbale) initiatieven/ acties van het kind

Bekijk dit filmpje voor het herkennen van signalen

Bekijk de feiten en cijfers over TOS

Doe de SNEL-test

Kijk voor meer informatie over de taalontwikkeling van een kind ook op www.kindentaal.nl